Jiu-Jitsu



Jiu-Jitsu heeft de volgende betekenis: Jiu betekent meegaan en gebruik maken van en Jitsu betekent kunst.
 
Jiu-Jitsu is de moeder van vele Japanse budosporten. Jiu-Jitsu vormt de basis waaruit andere budosporten zoals Judo, Aikido en sommige Karate stijlen zijn ontstaan. Jiu-Jitsu is gericht op het buiten gevecht stellen en dus onschadelijk maken van een tegenstander. Het is van oorsprong een zelfverdedigingskunst van de Samoerai, de middeleeuwse ridders van Japan. Bij Jiu-Jitsu leert men effectief verdedigen door gebruik te maken van de zwakke en kwetsbare plekken van de tegenstander. Het zijn simpele en logische zelfverdedigingstechnieken. Het gebruikt de kracht en beweging van de tegenstander om hem uit te schakelen. Het vergroot je zelfvertrouwen en maakt je weerbaarder.

In het middeleeuwse Japan was Jiu-Jitsu veelal een geheime zelfverdedigingskunst. In Nederland is Jiu-Jitsu al meer dan vijftig jaar mateloos populair en zeker niet geheim. In de loop van de jaren is het Jiu-Jitsu verder ontwikkeld en uitgegroeid tot een effectieve zelfverdedigingsmethode die is aangepast aan de hedendaagse praktijk. Het belangrijkste principe: meegeven aan de aanval van de tegenstander om deze onschadelijk te maken. Goed waarnemen en anticiperen is de kracht van de Jiu-Jitsuka. Niet voor niets zegt men dat iedere Jiu-Jitsuka "drievoudig bewapend is", namelijk mentaal, fysiek en praktisch. Er wordt onder andere geoefend in het afweren van stoten, trappen en messteken, het loskomen uit grepen, het maken van klemmen, het werpen van de tegenstander en het verdedigen vanaf de grond.

Ook bij het Sport Instituut worden er Jiu-Jitsu lessen gegeven.
Terug naar boven